Ouderen
Inkomenscompensatie
Ouderen kunnen vanaf 2009 een algemene inkomenscompensatie krijgen van gemiddeld 150 euro per jaar. Dit als compensatie voor het vervallen van het ouderenforfait.
Betere inkomensvoorziening voor oudere werklozen
Met ingang van 1 december 2009 treedt de Wet Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) in werking. Deze vervangt de IOAW. Werknemers van 60 jaar of ouder die tussen 1 oktober 2006 en 1 juli 2011 werkloos worden of zijn geworden en langer dan drie maanden recht hebben op een WW-uitkering, krijgen na afloop van de WW-uitkering een IOW-uitkering. De IOW biedt inkomensondersteuning tot 65 jaar. Er is een sollicitatieplicht, maar geen vermogenstoets. Bij de vroegere IOAW gold wel een vermogenstoets.
Introductie doorwerkbonus in 2009
Ouderen die langer doorwerken krijgen met ingang van 2009 een doorwerkbonus, een korting op de te betalen belasting (heffingskorting). Mensen die in een jaar 62 worden en blijven werken, ontvangen deze doorwerkbonus. De hoogte van de bonus loopt op tot 65 jaar. Zo krijgt iemand die in de loop van een jaar 62 wordt, over dat kalenderjaar een bonus van 5% van het inkomen verdiend met arbeid. Wordt de belastingplichtige in een kalenderjaar 63 jaar, dan wordt de bonus verhoogd naar 7% van het inkomen. En bij 64 jaar wordt, loopt de bonus nog verder op tot 10%.
Ook doorwerkbonus voor 65-plussers
Om 65-plussers de mogelijkheid te bieden het werkzame leven na 65 jaar geleidelijk af te bouwen ontvangen belastingplichtigen die in een kalenderjaar 65 jaar worden een doorwerkbonus van 2% van het inkomen uit arbeid. In het jaar dat iemand 67 wordt, wordt een doorwerkbonus van 1% toegekend. Deze bonus geldt voor alle ouderen en gaat met ingang van 1 januari 2009 in.
Houdbaarheidsbijdrage voor ouderen met een relatief klein inkomen (vanaf 2011)
Het kabinet neemt verschillende maatregelen om meer mensen aan het werk te krijgen en ook ouderen te laten doorwerken. Dit is nodig om de door de vergrijzing toenemende kosten van de overheidsvoorzieningen ook in de toekomst betaalbaar te houden. Hoe meer mensen (langer) werken, des te meer wordt immers meebetaald aan het op lange termijn gezond (houdbaar) houden van de overheidsvoorzieningen. Om de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar te houden wordt van ouderen met een relatief hoog inkomen vanaf 2011 gevraagd een steentje bij te dragen in de vorm van een houdbaarheidsbijdrage. Deze maatregel heeft vooral effect op mensen die 65 jaar of ouder zijn, geboren zijn na 31 december 1945 en met een inkomen dat hoger is dan de grens tussen de tweede en derde schijf (die grens ligt in 2009 op € 32 127). Van deze mensen wordt vanaf 2011 een bijdrage gevraagd.
Ouderenkorting
De ouderenkorting wordt verlaagd met € 19 tot een bedrag van € 476; de alleenstaande ouderenkorting wordt verlaagd met € 30 tot een bedrag van € 535.
Stimuleren van werk voor ouderen bij werkgevers
Werkgevers die een 50-plusser met een uitkering aannemen, krijgen daarvoor vanaf 2009 drie jaar lang een korting van 6500 euro op de WW- en arbeidsongeschiktheidspremies.
Werkgevers die een werknemer van 62 of ouder in dienst houden, krijgen vanaf 2009 drie jaar lang 2750 euro premiekorting per jaar en vanaf 2013 6500 euro per jaar.
Het kabinet overweegt in 2009 een tijdelijke 'no risk polis' in te voeren die werkgevers tegemoet komt in de kosten van loondoorbetaling bij ziekte wanneer zij WW'ers van 55 jaar en ouder in dienst nemen.
Meer kennis over toepassingen internet
Internet speelt een belangrijke rol in al onze dagelijkse bezigheden. Jongeren groeien daarmee op, maar veel ouderen moeten een inhaalslag maken op dat gebied. Op 1 januari 2009 start het vierjarige actieprogramma ICT-vaardigheden, onder andere voor ouderen. Dat programma laat zien welke initiatieven er zijn om ouderen meer vaardig te maken met de computer en internet. Zo is er de ComputerPlusBus, die langs woon- en zorgcentra in de Randstad rijdt. Senioren kunnen daar kennis maken met allerlei voor hen interessante toepassingen van internet.
Veranderingen in vergoedingen door de zorgverzekering
De vergoeding van slaap- en kalmeringsmiddelen wordt beperkt. Sta-op-stoelen worden niet meer vergoed door de zorgverzekering. Huisartsen mogen cholesterolverlagers alleen nog doelmatig voorschrijven, volgens de richtlijnen van hun beroepsgroep. Anders worden ze niet vergoed.
AWBZ: begeleiding alleen voor zware gevallen
De functie begeleiding in de AWBZ blijft alleen bestaan voor zware gevallen: mensen met zulke beperkingen dat ze zonder begeleiding niet langer zelfstandig kunnen (blijven) wonen of naar school gaan. Ook mensen met een somatische grondslag kunnen, als hun beperking toeneemt, aanspraak maken op begeleiding.
Persoonsvolgende bekostiging in de AWBZ
De AWBZ gaat stapsgewijs over op persoonsvolgende bekostiging. Dit houdt in dat het geld met de cliënt meegaat naar de instelling van zijn keuze. De eerste stap, in 2009, is dat instellingen geld krijgen voor de zorg die ze leveren en niet voor het aantal bedden. (dit heet zorgzwaartebekostiging).
Regeling Volledig pakket thuis
Op basis van de regeling Volledig pakket thuis kunnen mensen zorg thuis krijgen die ze anders in een instelling zouden krijgen. De regeling wordt in 2009 uitgebreid. Hierdoor kunnen instellingen makkelijker zorg bij mensen thuis of in kleinschalige woonvormen leveren. Voor cliënten valt meer te kiezen.
Wetswijziging tegen onbedoeld werkgeverschap bij alfahulpen
Een wetswijziging moet voorkomen dat mensen die huishoudelijke verzorging krijgen vanuit de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo), onbedoeld werkgever worden van hun alfahulp. Veel thuiszorgmedewerkers zijn sinds de invoering van de Wmo gedwongen om als alfahulp te werken. Onbewust werden mensen zo ineens werkgever van hun vaste hulp. Met als neveneffect dat als deze alfahulp tijdens het werk van een trapje valt, de burger aansprakelijk is voor de schade.
Verbetering zorg rond het levenseinde
Om palliatieve zorg, de zorg rond het levenseinde te verbeteren is in 2009 bijna 10 miljoen euro beschikbaar. Bijna-thuis-huizen en hospices krijgen daarnaast een extra tegemoetkoming in hun huisvestingskosten.
