Samenvatting Miljoenennota
De eerste Miljoenennota van dit kabinet zoomt in op de keuzes en belangrijkste maatregelen en geeft inzicht in het financiële plaatje erachter. Deze Miljoenennota geeft een verdere uitwerking van de doelstellingen uit het Coalitieakkoord. Het kabinet ambieert niet alleen gezonde overheidsfinanciën nu en in de toekomst, maar wil tegelijkertijd gericht investeren in de kwaliteit en kracht van de samenleving, de kracht van de economie en in een duurzame omgang met natuur en milieu. De financiële speelruimte en spelregels voor de gehele kabinetsperiode zijn in de Miljoenennota vastgesteld. Een overschot op de begroting van 1,0% bbp in 2011 vormt de randvoorwaarde waarbinnen de doelstellingen - groei, duurzaamheid, soliditeit en solidariteit - van het kabinet moeten passen.
- De economische en financiële situatie van Nederland
- Gunstige uitgangspositie nu gebruiken
- Generatiebewuste overheidsfinanciën
- Investeringen
- Bezuinigingen
- Lastenmaatregelen
- Begrotingsregels
De economische en financiële situatie van Nederland
De economie draait op volle toeren en Nederland is een van de rijkste landen van de Europese Unie. In 2007 groeit de economie naar verwachting met 2¾ procent. Ondanks de recente onrust op de financiële markten blijft de economie naar verwachting ook in 2008 sterk en zorgt voor een verdere groei van de toch al hoge werkgelegenheid. Voor 2008 wordt een groei van 2½ procent verwacht. Ook in internationaal perspectief doet Nederland het goed.
Ook de overheidsfinanciën zijn verbeterd. Na een tijdelijke dip van het begrotingssaldo in 2007 (van een overschot van 0,6% bbp in 2006 naar een tekort van 0,4% bbp in 2007) wordt voor 2008 een overschot op de begroting verwacht van 0,5% bbp. De komende 4 jaar zal de begroting steeds een overschot laten zien en resulteren in een overschot van 1,0% bbp in 2011. In 2008 bedraagt de schuld 45% bbp en deze zal mede door het kabinetsbeleid dalen tot minder dan 40% bbp in 2011, het laagste niveau in meer dan dertig jaar. De Nederlandse overheidsfinanciën staan er ook beter voor dan het gemiddelde van de eurozone. Dit geldt voor zowel het begrotingssaldo (eurozone – 0,8% bbp) als voor de schuld (eurozone 65% bbp).
Gunstige uitgangspositie nu gebruiken
Om de doelstellingen uit het Coalitieakkoord te realiseren neemt het kabinet stevige maatregelen. Daarnaast heeft het kabinet ten opzichte van het regeerakkoord een aanvullend pakket maatregelen genomen die extra bijdragen aan het opvangen van de vergrijzingskosten – en dus aan de welvaart van toekomstige generaties. De plannen versterken de economische structuur, verhogen de arbeidsparticipatie en zorgen er ook voor dat de lagere inkomens in 2008 zo veel mogelijk worden ontzien. Naast een aanzienlijk pakket van investeringen en lastenverlichtingen, gaat het ook om bezuinigingen en lastenverzwaringen.
Het kabinet grijpt de gunstige economische omstandigheden aan om juist nu minder plezierige maatregelen te nemen. Veel mensen profiteren direct van de sterke economie doordat ze een (betere) baan vinden. Toch merkt niet iedereen de gunstige economische omstandigheden direct in zijn portemonnee. Voor een aantal groepen daalt de koopkracht in 2008 zelfs licht. Maar de keuze en samenstelling van de voorgenomen maatregelen zorgen voor een eerlijke en rechtvaardige verdeling.
Over de gehele kabinetsperiode is het beeld duidelijk positief: werkgelegenheid en koopkracht nemen over de hele linie toe, en de soliditeit van de overheidsfinanciën wordt versterkt.
Generatiebewuste overheidsfinanciën
Het huidige financieel-economische beleid moet ook de voorwaarden scheppen voor het welzijn van komende generaties. Want de komende generaties erven niet alleen de financiële randvoorwaarden, maar ook de kwaliteit van de voorzieningen, de kracht van de economie, de leefbaarheid van de wijken, de broeikasgassen in de atmosfeer en de vruchten van onze investeringen in het onderwijs. Belangrijke uitdaging blijft de houdbaarheid van de overheidsfinanciën als gevolg van de vergrijzing. Doordat het aantal ouderen in Nederland groeit, nemen de overheidsuitgaven toe, vooral bij de AOW en in de zorg.
Voor het bereiken van houdbare overheidsfinanciën zijn drie hoofdoplossingsrichtingen:
- Sparen door het verlagen van de uitgaven of het verhogen van de belastingen.
- Het bevorderen van de arbeidsparticipatie zodat het draagvlak voor de collectieve voorzieningen wordt vergroot. Hoe meer mensen er werken des te meer schouders er immers zijn waarover de lasten verdeeld kunnen worden.
- Het aanpassen van de vergrijzinggerelateerde voorzieningen (zoals AOW en zorg). Het kabinet heeft gekozen voor een combinatie van elk van deze oplossingsrichtingen.
Sparen
Om te sparen heeft het kabinet zich ten doel gesteld een structureel overschot op de begroting van 1% bbp te bereiken in 2011. Doordat het kabinet in al zijn begrotingen een overschot kan laten zien, wordt een deel van de staatsschuld afbetaald en wordt in feite ‘gespaard’ voor de toekomst. Lagere schuld betekent lagere jaarlijkse rente-uitgaven en dus meer ruimte op de begroting.
Arbeidsparticipatie
Er vindt een verschuiving plaats van lasten op milieuvervuiling, consumptie en vermogen ten gunsten van lagere lasten op arbeid. Zo wordt in 2009 ondermeer het algemene btw-tarief met 1 procentpunt verhoogd, komen er maatregelen in het eigen woningforfait voor huizen met een WOZ-waarde boven de 1 miljoen euro en wordt de aftrekbaarheid van de pensioenpremies afgetopt voor de allerhoogste inkomens (boven de 185.000 euro). Tegelijkertijd wordt arbeidsparticipatie bevorderd door onder meer een verlaging van de werknemerspremies en van het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting vanaf 2008. Om de arbeidsparticipatie verder te bevorderen worden financiële barrières weggenomen en (betere) financiële prikkels ingevoerd die o.a. de overgang van een uitkering naar laag betaald werk financieel lonender maken, de minst verdienende partner stimuleren om meer te gaan werken en mensen van 57 jaar stimuleren langer door te werken. (Door vanaf 2009 geleidelijk, in 15 jaar, de algemene heffingskorting af te schaffen, de arbeidskorting naar een inkomensafhankelijke arbeidskorting om te zetten en de aanvullende combinatiekorting om te zetten naar een inkomensafhankelijke combinatiekorting).
Vergrijzinggerelateerde voorzieningen
Om de AOW ook in de toekomst welvaartsvast te houden, wordt van ouderen met een relatief hoog inkomen een bijdrage gevraagd. Dit geldt alleen voor mensen die zijn geboren ná 1945 (en dus vanaf 2011 65 jaar worden). Dit kan door langer te werken of door het betalen van een extra heffing. Keuzevrijheid staat hierbij voorop. De systematiek heeft daarom twee componenten: een positieve prikkel voor mensen om langer door te werken en een heffing naar draagkracht. Ook in de zorg worden deze kabinetsperiode maatregelen genomen om de kosten voor de toekomst te beheersen.
Met dit totaalpakket wordt een substantiële bijdrage geleverd aan het betaalbaar houden van de huidige collectieve voorzieningen ook voor de komende generaties.
Investeringen
Het kabinet investeert via zes pijlers in nieuw beleid dat bijdraagt aan een toekomstbestendig Nederland. De investeringen lopen, zowel aan de uitgaven- als aan de lastenkant, in deze kabinetsperiode op tot circa 10 miljard euro.
Pijler 1 Een actieve en constructieve rol van Nederland in Europa en in de wereld
Het kabinet wil een bijdrage leveren aan internationale oplossingen van grensoverschrijdende problemen, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, armoedebestrijding en criminaliteit. In 2008 gaat extra geld naar defensie, vredesoperaties, crisisbeheersingsoperaties (Afghanistan) en vanaf 2008 wordt extra geïnvesteerd in duurzame energie in ontwikkelingslanden.
De financiële consequenties voor 2008 zijn 100 miljoen euro en 400 miljoen euro over de gehele kabinetsperiode.
Pijler 2: Een innovatieve, concurrerende en ondernemende economie
Om het innovatieve vermogen en daarmee de concurrentiepositie van de Nederlandse economie te versterken worden verschillende maatregelen voorgesteld.
Er wordt in 2008 extra geld uitgegeven o.m. aan onderzoek en maatschappelijke innovatieprogramma’s bijvoorbeeld op het gebied van zorg, waterbeheer en (duurzame) energie. Ter bevordering van ondernemerschap wordt extra geld uitgetrokken voor o.a. het uitbreiden van innovatievouchers naar alle MKB bedrijven, het verschaffen van microkredieten voor startende ondernemers en snel groeiende MKB’ers, het vereenvoudigen van wet- en regelgeving en verbetering en groei van het openbaar vervoer.
De financiële consequenties voor 2008 zijn 200 miljoen euro en 850 miljoen euro over de gehele kabinetsperiode.
Pijler 3: Duurzame leefomgeving
Het kabinet wil de energiehuishouding, het klimaat en zo de leefomgeving van volgende generaties sterk verbeteren. In 2008 wordt geld uitgetrokken voor o.m. instrumenten voor energiebesparing en milieuvriendelijke energieproductie. Ook worden maatregelen genomen op gebied van waterkwaliteit, klimaatbestendig maken van Nederland o.a. door ruimtelijk inrichting (en in latere jaren hoogwaterbescherming), voorzieningen op het platteland, dierenwelzijn, Landschap en natuur/Ecologische Hoofdstructuur.
De financiële consequenties voor 2008 zijn 215 miljoen euro en 800 miljoen euro over de gehele kabinetsperiode.
Pijler 4: Sociale samenhang
Het kabinet wil de kracht en de kwaliteit van de samenleving versterken. Een samenleving waarin iedereen meedoet en ieders talent wordt benut, weet ook meer werk te verzetten. Vanaf 2008 wordt veel geld uitgetrokken voor het vergroten van de sociale samenhang door maatregelen voor o.m.: arbeidsparticipatie, wijkaanpak, introductie kindgebonden budget, verbetering inburgeringprogramma’s en –onderwijs, armoedebestrijding en schuldhulpverlening, het stimuleren van mantelzorg, vrijwilligerswerk en maatschappelijk initiatief, het aanpakken van onderwijsachterstanden, de geleidelijke invoering van gratis schoolboeken in het voortgezet onderwijs, het terugdringen van het lerarentekort, de invoering van maatschappelijke stages, het terugdringen van schooluitval en het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van Centra voor Jeugd en Gezin (centraal punt in de wijk voor opgroei- en opvoedvragen en hulp). Vanaf 2008 wordt ook extra geïnvesteerd in meer handen aan het bed in zorghuizen, kleinschaliger wonen en het oplossen van knelpunten in de arbeidsmarkt van de gezondheidszorg.
De financiële consequenties voor 2008 zijn 1765 miljoen euro en 3578 miljoen euro over de gehele kabinetsperiode.
Pijler 5: Veiligheid, stabiliteit en respect
Het kabinet wil de criminaliteit fors terugdringen door ontsporing te voorkomen en geweld en misdaad stevig aan te pakken. Het kabinet investeert vanaf 2008 o.m. in de aanpak van jeugdcriminaliteit, recidive (speciale campussen en gerichte gedragsprogramma’s) en de nazorg voor (ex) gedetineerden. Ook is er extra geld voor een stevigere aanpak van de georganiseerde misdaad (cybercrime, financieel-economische criminaliteit en fraude), terrorismebestrijding en het tegengaan van radicalisering en het opleiden van extra politiepersoneel.
De financiële consequenties voor 2008 zijn 200 miljoen euro en 700 miljoen euro over de gehele kabinetsperiode.
Pijler 6: Overheid als bondgenoot en dienstbare publieke sector.
Het kabinet stelt in 2008 geld beschikbaar voor o.m. het verbeteren van dienstverlening en het versterken van de culturele sector, met nadruk op brede toegankelijkheid, participatie (vooral amateurkunst) en cultuureducatie. Ook komt er geld ten goede aan de kwaliteit en vernieuwing van het aanbod van de publieke omroep. En er komt een Nationaal Historisch Museum in Arnhem.
De financiële consequenties voor 2008 zijn 175 miljoen euro en 600 miljoen euro over de gehele kabinetsperiode.
Investeringen vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) komen ten goede aan infrastructuur, kennis en het regionaal economische beleid (pijler 2) en aan energie, water en kust en luchtkwaliteit (pijler 3), oplopend van 144 miljoen euro in 2008 tot 518 miljoen euro in 2011.
Bezuinigingen
Om de beleidsprioriteiten van het kabinet en de doelstelling voor het EMU-saldo te realiseren, is in het Coalitieakkoord en in aanvullende afspraken een fors pakket aan uitgavenbeperkingen overeen gekomen. Deze lopen op tot circa 6 miljard euro in 2011.
Maatregelen
- Een efficiëntere uitvoering van overheidsbeleid, waardoor de komende kabinetsperiode ook bijna 13.000 arbeidsplaatsen bij de publieke sector verdwijnen.
- Efficiencymaatregelen bij de overheid in materiële uitgaven, vooral door een soberder voorlichting- en communicatiebeleid.
- Een efficiëntere uitvoering van de sociale zekerheid, o.m. door samenvoeging van de re-integratie en arbeidsparticipatiebudgetten bij gemeente. Beoogd wordt een vermindering van het beroep op de bijstand te bereiken.
- Bestuurskosten van de gemeenten worden verlaagd.
- De invoering van een leerwerkplicht tot 27 jaar. Jongeren komen daardoor niet langer in de bijstand maar krijgen een passend aanbod om te leren of te werken of een combinatie van de twee.
- Besparingen in de zorguitgaven door o.m.: efficiencymaatregelen en invoering van maatstafconcurrentie tussen ziekenhuizen, het vergroten van het deel van de zorg waarvoor de tarieven in vrije onderhandelingen tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars tot stand komen, een verdere verlaging van de geneesmiddelenprijzen, groeibeperkende maatregelen in de AWBZ en kwaliteitsverbetering in de langdurige zorg.
- Aanscherping eigen bijdrage AWBZ voor meer draagkrachtige mensen.
- Aanscherping van de Richtlijn passende arbeid. (Bij re-integratie moeten mensen met een WW-uitkering gangbare arbeid accepteren in plaats van passende arbeid).
- Overige bezuinigingen o.m.: het beperken van subsidies, het aanpakken van fraude en het verhogen van boetes en het inlopen van de vermogensoverschotten van de provincies.
Lastenmaatregelen
Om de ambities en de doelstellingen uit het Coalitieakkoord te realiseren, neemt het kabinet stevige maatregelen. Dat gebeurt juist nu, omdat het economisch goede tijden zijn. In 2008 worden de lasten met 5,3 miljard euro verzwaard, waarvan 3,1 miljard euro voor burgers en 2,2 miljard euro voor bedrijven. Deze lastenstijging (in cijfers) komt niet noodzakelijkerwijs overeen met wat mensen en bedrijven ervaren. Want er worden bijvoorbeeld ook maatregelen aan de uitgavenkant getroffen die niet tot uitdrukking komen in de lastencijfers, maar wel een lastenverlichting inhouden voor mensen en bedrijven. Voorbeeld hiervan zijn invoering van gratis schoolboeken, kindgebonden budget en loonkostensubsidies. De lastenverzwaring wordt in 2008 vooral veroorzaakt door hogere zorgpremies. De zorgpremies zijn sinds de invoering van het zorgstelsel dekkend voor de uitgaven in de zorg. Doordat de zorguitgaven de komende jaren naar verwachting zullen blijven stijgen, geldt dat ook voor de zorgpremies. De overige maatregelen zijn vooral genomen ter ondersteuning van het halen van de kabinetsdoelstellingen op gebied van energie en klimaat (vergroeningspakket uit het Belastingplan 2008).
De maatregelen hebben tot gevolg dat de koopkracht voor een aantal groepen licht negatief is. In totaal bedraagt de lastenverzwaring over de gehele kabinetperiode per saldo 6,8 miljard euro. De koopkrachtontwikkeling over de gehele kabinetsperiode is echter positief.
Lastenverzwarende maatregelen 2008 o.m.
- De zorgpremies stijgen.
- Twee nieuwe belastingen worden ingevoerd: één op verpakkingen en één op vliegtickets.
- Bestaande belastingen, zoals de dieselaccijns en de BPM, zullen worden verhoogd, respectievelijk verder worden gedifferentieerd naar milieueffecten (onzuinige auto’s worden zwaarder belast).
- De accijns op sigaretten en shag wordt verhoogd.
- In 2009 wordt de Buitengewone Uitgavenregeling (BU) afgeschaft en vervangen door een nieuwe regeling die meer toegespitst is op chronische zieken en gehandicapten. Vooruitlopend op de afschaffing wordt de bestaande regeling vanaf 1 januari 2008 versoberd.
- Woningbouwcorporaties worden net als andere bedrijven vennootschapsbelastingplichtig.
Naast lastenverzwarende maatregelen zijn er ook lastenverlichtende maatregelen. De al in het Coalitieakkoord voorgenomen maatregelen en de aanvullende lastenverlichtende maatregelen zijn vooral gericht op bevordering van de arbeidsparticipatie en daarnaast op koopkrachtondersteuning voor groepen die het nodig hebben. Daarnaast wordt ook een bedrag beschikbaar gesteld voor economische structuurversterkende maatregelen. Dit betekent dat de lasten over de gehele kabinetsperiode niet zullen stijgen ten opzichte van wat na het Coalitieakkoord bekend was.
Lastenverlichtende maatregelen 2008 o.m.:
- De arbeidskorting wordt verhoogd.
- De ouderkorting wordt verhoogd.
- Het tarief van de eerste schijf inkomstenbelasting wordt verlaagd.
- De WW- premie voor werknemers wordt in 2008 verlaagd en in 2009 tot nul verlaagd.
- De Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk (WBSO) wordt uitgebreid.
- De zorgtoeslag wordt verhoogd ter compensatie van de stijging van de zorgpremies.
Begrotingsregels
Begrotingsregels zijn in feite de spelregels waarmee het kabinet zichzelf van tevoren committeert aan verantwoord financieel beleid. In de eerste plaats bieden de regels een duidelijk kader waarbinnen de omvangrijke politieke wensen moeten worden ingepast. Elke euro kan immers maar één keer worden uitgegeven. Ten tweede maakt het kabinet met de begrotingsregels aan het begin van de kabinetsperiode op transparate wijze duidelijk welke budgettaire koers wordt gevolgd.
De begrotingsregels bouwen voort op de regels van het trendmatige begrotingsbeleid die de afgelopen 12 jaar zijn ontwikkeld. Het kabinet heeft wel een aantal verbeteringen doorgevoerd. De veranderingen zijn o.a. gericht op de mogelijkheid nog eerder in te grijpen als de overheidsfinanciën, onverhoopt verslechteren. In deze kabinetsperiode wordt uitgegaan van een realistische raming van de ruimte die het kabinet heeft voor nieuw beleid.
